DE WIJSHEID VAN EEN OUDE BOOM

Gedragen door golven van groen licht  zweef ik naar het middelpunt tussen de Hemel en de Aarde. Er verschijnt een witte cirkel, die steeds groter wordt en ik stap in het centrum van de draaiende cirkel. 

Ik sta in een schemerig donker bos met dichtbegroeid bladerdak. Mijn voeten zinken diep weg in de zachte aarde en het kronkelige lange pad voor me is maar gedeeltelijk zichtbaar. Sommige plekken op het pad worden verlicht door wit-gouden lichtbundels die door de openingen in het bladerdak vallen. Ik begin het spoor van lichtbundels te volgen. 

Dan kom ik uit op een open plek in het bos. Het is een veld, begroeid met wilde bloemen in allerlei verschillende kleuren. Vlinders en vogels vliegen in cirkels boven het veld. Aan de rand van het veld staat een oude boom, de stam van de boom is iets gebogen en de dikke wortels steken deels boven de grond uit. 

De Boom fluistert tegen mij: ‘Kom dichterbij.’ Ik loop naar de boom toe en leg mijn hand tegen de ruwe stam. ‘ Ik ben er’, zeg ik. ‘Kijk nu naar Binnen’, antwoordt de boom.  Ik stap in het het middelpunt van de boomstam. Hier binnen voelt het hout van de boom fluweelzacht aan, maar toch is het stevig. 

Waarom ben ik hier Boom? En is het goed waar ik nu ben?’ Jij Weet dat alles goed is, als je aanwezig bent in je Hart’, zegt de Boom. Een groot Hart van groen licht vormt zich om me heen.

Ik kijk naar beneden en zie dat de  stevige wortels diep de aarde in groeien. Eerst door de zachte bovenlaag, daarna door een harder gedeelte met kiezels en stenen. Onder deze laag stroom kristalhelder water langs de dunne gevoelige wortelharen, die het opzuigen. Ik volg het water dat als een blauw-witte stroom via de wortels en de stam helemaal tot aan de toppen van de bladeren omhoog reist. De intens groene bladeren vangen samen het zonlicht op waardoor velen lichtstroompjes zich bundelen en als één stroom omlaag reizen door de stam, naar de wortels, tot diep in het water van de Aarde. 

De stromen veranderen steeds van kleur en ik kan niet meer onderscheiden welke stroom waar vandaan komt. ‘ Dat maakt niet uit’, zegt de Boom. Alles is één en elke richting is even belangrijk, dit de wet van de Natuur’ 

Ik kijk opnieuw naar de omgeving en zie dat alle dieren zich in cirkels rond de boom bewegen, omhuld door een gouden licht. De boom staat aan de rand van een groot Meer met stil, helder water. Als ik in het spiegelende wateroppervlak kijk, zie ik niet mezelf maar verschijnt alleen de Boom. Ik ben één met de Boom, ik ben één met de Natuur. 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *